Maatschappelijk Café Crowdfeeding

17 september 2014 - Nieuwspoort, Den Haag

Er wordt nogal wat gezegd over voeding. Vertrouwen en wantrouwen wisselen elkaar in razend tempo af, in een omgeving waarin er een overvloed aan informatie heerst en iedereen een mening heeft. Wat is waar en wat niet? Bestaat er überhaupt nog voedingsvoorlichting, hebben we het nodig en zo ja, hoe kun je nog de boventoon voeren? Tegelijkertijd zijn er ook veel mensen die zich niet bezighouden met voeding. Hoe kan er dan toch gezonder gedrag worden gestimuleerd? Over deze vragen bogen zich wetenschappers, professionals en beleidsmensen tijdens het Maatschappelijk Café “Crowdfeeding: Voedingscommunicatie anno nu” op 17 september in Den Haag. 

Onder leiding van dagvoorzitter Ad Nagelkerke, Managing Partner bij Schuttelaar & Partners, spraken Renger Witkamp (Wageningen UR), Nard Clabbers (TNO), Stephan Peters (Voedingscentrum) en Eline Veninga (Marqt) over voedingscommunicatie, elk vanuit hun eigen expertise. Elke spreker werd ondervraagd door het panel, bestaande uit blogger Francesca van Berk (bekend van: www.francescakookt.nl) en Dirk Haen (onderzoeker Universiteit Maastricht en voormalig lid van de Nationale Denktank over food). Door middel van de speciaal ontwikkelde event app konden de aanwezigen mee discussiëren.

Het merendeel van de aanwezigen was het eens over het belang van betrouwbare communicatie rondom voeding. Tijdens het Lagerhuisdebat liepen de meningen uiteen en dat zorgde voor prikkelende discussies. Transparantie, het stimuleren van gedragsverandering en de rol van de voedingswetenschap in maatschappelijke discussies vormden de rode draad van de avond.

Sprekers

Renger Witkamp
Nard Clabbers
Stephan Peters
Eline Veninga

Het vertrouwen in de echte, wetenschappelijke kennis over voeding ebt weg; via social media voeren meningen de regie. Renger Witkamp, Hoogleraar Voeding en Farmacologie aan Wageningen UR: “We leven in een tijd van orthorexia nervosa: een ongezonde obsessie voor gezond eten. In de voedingswetenschap zijn er heel veel onzekerheden. Dit laat de ruimte aan goeroes. Het gevolg is dat consumenten gek worden gemaakt door extreme en tegenstrijdige claims.” De academische wereld doet soms mee aan het publieke debat. “Ik noem wetenschappers de nieuwe dominees, omdat je vaak ziet dat wetenschappers hun eigen mening prediken. Terwijl een wetenschapper vooral iemand moet zijn die toegeeft wat hij niet weet en daar open over is. De consument naar de mond praten zorgt voor verwarring. Laten we eerlijk zijn: onze boodschap is vaak saai, vervelend of genuanceerd.” Toch ziet Witkamp een oplossing in een betere communicatie vanuit de voedingswetenschappen. “Communicatie is een vak apart, waarvan het belang door veel wetenschappers onderschat wordt. Wij academici moeten leren hoe we het kritische geluid kunnen overbrengen naar de consument, zonder op zoek te gaan naar wie er gelijk heeft. Wat betekenen onderzoeksresultaten voor de gewone man en hoe maken we deze te begrijpen?”

Gezonde voedingsproducten zijn in overvloed beschikbaar. Het gaat erom dat we betere, gezondere keuzes gaan maken. “Ik ben een optimist: met een beetje technologie kunnen we al een doorbraak bereiken.”, aldus Nard Clabbers, Business Line Manager Gezonde Voeding bij TNO Gezond Leven. “De relatie tussen voeding en gezondheid hebben we op grotere schaal goed in kaart, maar is moeilijk te bepalen voor individuen.” Voedingswetenschap en gedragswetenschap zijn complementair en moeten nauwer samenwerken. “De crux zit in het goed kunnen meten van je persoonlijke reactie op de voeding die je tot je neemt. Hoe je lichaam op voeding reageert, maar vooral ook hoe je je voelt.”, aldus Clabbers. “Self-tracking devices vormen een uitkomst, zoals het toenemend aanbod aan wearables en slimme weegschalen. Binnenkort kun je altijd je gezondheid meten en wordt het mogelijk direct je gedrag te veranderen: eten-meten-aanpassen. Deze feedback loop wordt voor iedereen beschikbaar, ook de mensen die zich niet dagelijks bezighouden met gezonde voeding”

En in een online en digitaal tijdperk kunnen gegevens tussen gebruikers gedeeld worden. “Dit vormt de brug naar echte data uit de praktijk. Ook het wantrouwen neemt hierdoor af. Er is geen twijfel en discussie meer; je weet wat goed voor jou als individu is.” 

Wetenschappers moeten een stap naar voren doen in de discussies rondom gezonde voeding. Deze discussies worden nu teveel beïnvloed door mensen met een andere achtergrond. Dit vormt de kern van het betoog van Stephan Peters, Manager Kennis & Kwaliteit Voedingscentrum. “Laten we realistisch blijven. We zijn in Nederland minder ongezond dan in de landen om ons heen. Onze voedingswetenschap is toonaangevend. Doen wij het dan zo slecht?”. Er valt nog veel te winnen op gebied van gezondheidsvaardigheden, zoals een rapport van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) onlangs aantoonde. “Het vinden, begrijpen en beoordelen van voedingsinformatie is problematisch: slechts één op de drie mensen lukt dit voldoende.” Bovendien lijken we een grote groep mensen te vergeten: mensen met een lagere sociaaleconomische positie. “Mensen uit deze groep maken een economische afweging als het gaat om hun consumptiegedrag. Die zitten niet te wachten op kokosolie en quinoa, die moeten we helpen met de eerste stappen.” Hoe past communicatie daarin? “Wij als voedingscentrum zijn al een paar jaar bezig met gedrags- en communicatiewetenschappers, want alleen met voedingswetenschap slaag je er niet in te overtuigen. Veel mensen gaan op hun intuïtie af. Heldere teksten en toegankelijke infographics helpen die intuïtie te kanaliseren richting gezondere keuzes.”

In een tijd van weinig voedselvertrouwen is de dialoog een krachtig middel om dat vertrouwen terug te winnen. “Kijk vanavond op de etiketten van het brood dat je koopt. Verbaas je over wat er allemaal inzit. Een normaal brood vind je bijna nergens meer.”, zo begon Eline Veninga, Senior Category Manager Marqt en deelnemers Youth Food Movement Academie 2014, haar betoog. De laatste jaren zijn we geconfronteerd met diverse voedselschandalen. “Supermarkten en consumenten voelden zich belazerd, maar blijven onderdeel van het systeem als ze zelf niet veranderen. Marqt doet het anders”. Steeds meer consumenten zijn kritisch en gaan achter het stuur zitten van hun geweten en hun gezondheid. “Marqt staat open voor dat kritische geluid. Sinds juni gaat Marqt met de billen bloot door online de dialoog aan te gaan, ook over gevoelige onderwerpen. Wij stellen ons dagelijks de vraag of we het wel goed genoeg doen. Marqt is eigenlijk een soort garantie: we kennen onze producenten persoonlijk en streven naar een zo kort mogelijke keten.” De andere aanpak van Marqt vindt je ook terug in de prijskaartjes op de producten. “We willen geen elitesupermarkt zijn. Wij staan voor echt eten: dat is beter voor jezelf, voor de wereld en ja, dat kost meer. Marqt wil als voorbeeld dienen.”

Uitkomst stellingen

  1. Binnen 10 jaar leven laag opgeleide doelgroepen veel gezonder door nieuwe online tools

    Eens - Het moet toch lukken om mensen gezonder te laten eten? De discussie zal zich met name richten op gedragsverandering. We moeten online tools zover krijgen dat ze gedrag veranderen, dat is de grote uitdaging.
    Oneens - Alleen kennis is niet genoeg, beleving en smaak zijn zwaarwegende factoren als het gaat om de keuze voor voedingsmiddelen. De oplossing zoeken in online tools is te beperkt gedacht.
    15% voor
    85% tegen
  2. Consumenten moeten te allen tijde boerenbedrijven kunnen bezoeken, om te zien hoe hun eten wordt geproduceerd.

    Eens - Vanwege praktische beperkingen kan het niet altijd, maar het moet wel de intentie zijn dat het altijd kan. Niet alleen boerenbedrijven, maar ook de intensieve veehouderij moet zich openstellen.
    Oneens - Het is simpelweg niet uitvoerbaar. Een boerenbedrijf is zowel een woning als een echt bedrijf, waar gewerkt moet worden en waar gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
    30% voor
    70% tegen
  3. De Schijf van Vijf moet blijven

    Eens - De Schijf van Vijf is duidelijk geen eindstation, maar wel een waardevol tussenstation. Als we nu eerst voor elkaar krijgen dat heel Nederland op dat niveau komt, dan zijn we een heel eind.
    Oneens - Iedereen kent de naam Schijf van Vijf wel, maar niet de inhoud. Daar gaat het om. De Schijf van Vijf heeft ook toelichting nodig.
    55% voor
    45% tegen
  4. De voedingswetenschap is af

    Eens - De voedingswetenschap kan zich nog richten op marginale vraagstukken. Het probleem is dat we de kennis niet over de bühne kunnen krijgen, vooral naar de mensen die niet bewust met voeding bezig zijn.
    Oneens - Er zijn nog een heleboel onzekerheden die moeten worden opgelost. We praten langs elkaar heen, juist vanwege die onzekerheden. Wetenschap hoeft ook niet altijd op korte termijn toegepast te worden.
    15% voor
    85% tegen
  5. Er moet een rapid reaction force komen om snel en effectief te reageren op online voedingsdiscussies.

    Eens - Een voedingswetenschapper die zich vroeg in de discussie mengt, kan hypes duiden en nuanceren. We besteden nu heel veel geld en tijd aan onnodige vragen en zorgen van consumenten.
    Oneens - Het is niet de juiste manier. Je bent dan eigenlijk al te laat en te reactief bezig. Het Voedingscentrum, als instituut dat gedekt wordt door mainstream science en als enige juiste informatie aanbiedt, moet de boventoon voeren in de discussie.
    15% voor
    85% tegen
  6. Om mensen gezonder te laten eten moeten we investeren in gedragswetenschappen, niet in voedingswetenschappen

    Eens - Het is bekend wat gezond eten is en wat niet. Het is ook beschikbaar. We moeten meer investeren in gedragswetenschappen en educatie, zodat mensen het ook gaan doen.
    Oneens - De voedingswetenschap van oorsprong multidisciplinair: de fysiologische en psychologische aspecten zitten erin verweven. Een voedingswetenschapper denkt juist na over hoe we mensen gezond laten eten.
    20% voor
    80% tegen
  7. Verantwoorde voedselapps vergroten het voedselvertrouwen

    Eens - Er is op dit moment heel veel informatie, op heel veel verschillende plekken. De consument moet de informatie kunnen vinden wanneer het nodig is en een app is daarvoor uitstekend geschikt.
    Oneens - Fabrikanten moeten aan de boodschap werken, niet aan het middel. Transparantie is daarin essentieel: waar komt het vandaan, hoe is het gemaakt en wat zit erin? Bovendien: hoe meer apps, hoe meer verwarring.
    25% voor
    75% tegen