Duurzame inzetbaarheid op het werk, eigen verantwoordelijkheid?

Maandag 18 november 17.00 – 20.00 uur, Nieuwspoort Den Haag.

Werknemers zijn de motor van elke organisatie. Het belang van vitale, gemotiveerde, werknemers neemt toe. Zeker nu mensen tot oudere leeftijd moeten doorwerken. Steeds meer bedrijven, zorg- en inkomensverzekeraars, onderzoekers en de overheid erkennen de urgentie van duurzame inzetbaarheid van de werknemer. Maar wie is verantwoordelijk? HR professionals, vitaliteitscoaches, onderzoekers en beleidsmensen bogen zich over deze vraag tijdens het Maatschappelijk Café “Duurzame inzetbaarheid op de werkplek, eigen verantwoordelijkheid?” op 18 november in Perscentrum Nieuwspoort.

Onder leiding van dagvoorzitter Caroline Peeck, senior adviseur bij Schuttelaar & Partners, spraken Annemiek Wortman (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Toon Wennekers (FNV Bondgenoten), Rob Janse (Tata Steel) en Bram Sluis (Regionale Scholengemeenschap Enkhuizen) over duurzame inzetbaarheid, elk vanuit hun eigen expertise. Elke spreker werd ondervraagd door het panel: Quinty Danko (Management Scope Business Media) en Aldo Houterman (Academisch Medisch Centrum Amsterdam).

De aanwezigen waren het eens over het belang van duurzaam inzetbare medewerkers. De meningen over de verantwoordelijkheid en de manier waarop, liepen tijdens dit Maatschappelijk Café uiteen. Goed leiderschap en vertrouwen in een organisatie kwamen echter als rode draad terug in de verhalen.

Sprekers

Annemiek Wortman
Toon Wennekers
Rob Janse
Bram Sluis

Dankzij het debat over de verhoging van de AOW-leeftijd, nu twee jaar geleden, kwam het onderwerp duurzame inzetbaarheid van de medewerker hoog op de politieke agenda. Niet lang daarna startte het ministerie van Sociale Zaken het project Duurzame Inzetbaarheid. Annemiek Wortman, projectleider Duurzame Inzetbaarheid: “Er gebeurt al veel. Toch hebben we het idee dat het nog beter en sneller kan. Er is ontzettend veel waardevolle kennis en praktijkervaring bij publieke, private en wetenschappelijke organisaties. Met dit project creëren we een platform dat deze informatie bundelt”.

Het project richt zich op de peilers Gezondheid, Scholing en Mobiliteit. Uit onderzoek blijkt dat er binnen veel organisaties nog ruimte voor verbetering is op deze punten. Wortman: “Duurzame inzetbaarheid is zowel in het belang van werkgever als werknemer. Een goed strategisch inzetbaarheidsbeleid kan de werkgever direct geld opleveren. Werknemers hebben er direct belang bij om gezond te zijn en interessant te blijven voor de markt”. Ruim 5000 personen hebben inmiddels één van de bijeenkomsten van Duurzame Inzetbaarheid bijgewoond. Ook de site wordt goed bezocht. “Duurzame inzetbaarheid staat inmiddels op de agenda. Het is een olievlek die zich langzaam uitbreidt. Maar we zijn er nog niet!”.

Toon Wennekers, hoofdbestuurder en bondsecretaris bij FNV Bondgenoten, is ervan overtuigd dat het huidige werkklimaat in Nederland de inzetbaarheid van medewerkers sterk beïnvloedt.“FNV maakt jaarlijks vele afspraken over de veiligheid en gezondheid van werknemers. Maar zaken als vertrouwen, trots en loyaliteit kun je niet in afspraken vastleggen”.

Volgens Wennekers voelen steeds meer werknemers zich niet meer verbonden met hun werk. De mondialisering en de economische crisis dragen hieraan bij. “Neem bijvoorbeeld mensen in de productie. Steeds vaker wordt de productie voor een groot deel uitbesteed aan externe partijen. De verantwoordelijkheid van de werknemer wordt zo steeds kleiner. Mensen verliezen hiermee hun trots en verbondenheid met het product, het bedrijf. Ook zijn veel werknemers bang hun werk te verliezen aan een externe partij”. Bedrijven moeten het vertrouwen en de verbondenheid van de medewerker terugwinnen met goed leiderschap, het bieden van een toekomstperspectief en persoonlijke belangstelling van de werknemer.

Dankzij jarenlange sterke investering in veiligheid, is Tata Steel het veiligste metaalbedrijf van Europa. Na veiligheid richt het bedrijf zich nu op de gezondheid van de werknemers. “Gezondheid moet – net als veiligheid - een vanzelfsprekend thema worden”, aldus Rob Janse, HR Director STRIP products Main Land Tata Steel. Janse is HR verantwoordelijke voor zo’n 5000 werknemers. “Ons bedrijf is natuurlijk ontzettend groot. Maar de werknemers in IJmuiden werken vaak al jarenlang in dezelfde ploeg. Ze hebben dus een verleden met elkaar, in een relatief kleine en vertrouwde omgeving”.

Tata Steel zoekt de oplossing voor gezonde medewerkers niet in nieuwe meetinstrumenten. Volgens Janse zijn het vooral de leidinggevenden die een belangrijke rol spelen. Zij kunnen individuele issues signaleren en hierop inspelen. “De overheid trekt zich op allerlei fronten terug. Fysiotherapie en diëtetiek zijn bijvoorbeeld voor een groot deel uit de zorgverzekering verdwenen. Als een leidinggevende ziet dat een medewerker hiermee worstelt, kunnen wij bijspringen”. Janse zit regelmatig met zorg- en inkomenverzekeraars en vakbonden rond de tafel om gezondheid te bespreken. “Ik hoop dat de discussie zich in de toekomst minder gaat richten op wie gaat betalen, en meer op hoe we het gaan oplossen. Want dat is toch het meest relevante deel van de discussie”.

De Regionale Scholengemeenschap Enkhuizen streeft naar actief lerende leerlingen. “Een actief lerende leerling bereik je alleen met actief lerende medewerkers”, aldus Bram Sluis, voorzitter van het College van Bestuur van de scholengemeenschap. Sluis is trots op de cultuurverandering, die een paar jaar geleden op gang is gekomen. “De oude onderwijscultuur was een dichtgeregelde samenleving met weinig uitdaging en veel routine. Medewerkers werden niet uitgedaagd. Ze volgden precies het schoolboekenprogramma”.

Sluis realiseerde zich dat er iets moest gebeuren. “Ik ben met de leerkrachten gaan praten. Ik heb hen en mezelf veel kritische vragen gesteld. Er werden problemen benoemd, maar er kwamen ook oplossingen”. Met de Kroon op het Werkprijs in 2009 voor ‘vernieuwend en effectief gezondheidsmanagement’ kregen de schoolleiding en de docenten nog meer de smaak te pakken.

Volgens Sluis bestaat er geen standaardoplossing voor bijvoorbeeld een hoge (ervaren) werkdruk. De schoolleiding stimuleert docenten hun eigen ruimte te pakken, hun professionaliteit te laten zien. “Goede ideeën moet je honoreren. En timmer niet alles dicht met regels of afspraken”. Dit jaar wordt voor het eerst het jaarplan door de docenten geschreven. Een nieuwe stap voor de RSG. Sluis heeft er het volste vertrouwen in: “Eigenlijk is het gewoon een kwestie van belangstelling voor elkaar. En altijd terug te gaan naar je visie, namelijk de actief lerende leerling”.

Uitkomst stellingen

  1. Bij een hoger ziekteverzuim dan 10% moet de overheid ingrijpen.

    Eens - Bij 10% is er echt iets grondig mis met het bedrijf. Dat vereist actie van de arbeidsinspectie.
    Oneens - Bij een klein bedrijf met 10 medewerkers en 1 zieke zit je al aan 10%. Daarnaast is het niet aan de overheid om in te grijpen.
    10% voor
    90% tegen
  2. Investeren in goede werkrelaties en werksfeer levert meer op dan investeren in fysieke gezondheid.

    Eens - Het is belangrijk om frustraties niet op te kroppen maar bespreekbaar te maken. Alleen dan kun je iets veranderen. Daarnaast spelen vaak psychologische factoren en andere privéredenen een rol bij werknemers die bijvoorbeeld niet sporten of overgewicht hebben.
    Oneens - Het is belangrijker om in de fysieke gezondheid van je medewerker te investeren. Dat loont meer dan geklets. Een medewerker kan eventuele problemen samen met de bedrijfsarts of de familie bespreken.
    95% voor
    5% tegen
  3. Leidinggevenden moeten altijd en overal het goede voorbeeld geven.

    Eens - Een leidinggevende moet laten zien dat de afgesproken regels worden nageleefd.
    Oneens - Je moet mensen de ruimte geven voor eigen initiatief en fouten. Beweren dat leidinggevenden altijd het goede voorbeeld moeten geven is betuttelend.
    60% voor
    40% tegen
  4. Minimaal 4 maal per jaar moeten leidinggevende en medewerker de thuis- en gezondheidssituatie bespreken.

    Eens - Geregeld contact is belangrijk om vroegtijdig te kunnen afstemmen en aanpassen om zo productief en duurzaam aan het werk te blijven.
    Oneens - Het gezamenlijke doel is om de organisatiedoelstelling te halen. Daar moet het over gaan, niet over de thuissituatie.
    30% voor
    70% tegen
  5. Nederland heeft de beste arbeidsomstandigheden van de wereld.

    Eens - Nederland heeft alle faciliteiten om de beste arbeidsomstandigheden te creëren en in CAO’s is veel vastgelegd. Ook zijn in Nederland de omstandigheden voor vrouwen die in deeltijd werken beter.
    Oneens - In Zweden zijn de arbeidsomstandigheden beter geregeld. Zo is de arbeidsparticipatie van vrouwen op hoger managementniveau groter en heerst er een sterke democratie binnen bedrijven, ook voor de lager opgeleiden.
    15% voor
    85% tegen
  6. Werkgevers moeten investeren in het reduceren van zittend werk.

    Eens - Zittend werk brengt grote gezondheidsrisico’s met zich mee en dus minder productieve mensen. De werkgever moet dus investeren in een gezonde bedrijfscultuur en gezonde omgeving.
    Oneens - Je moet juist investeren in de arbeidsomstandigheden van mensen die zwaar fysiek werk doen en in oplossingen voor psychosociale problemen. Daar zit het ziekteverzuim.
    20% voor
    80% tegen
  7. Zorgverzekeraars mogen alleen collectiviteitskorting geven aan organisaties die een wetenschappelijk aangetoond effectief inzetbaarheidprogramma hebben.

    Eens - Er is veel onzin op de markt waaraan we de korting nu gewoon weggeven.
    Oneens - Een programma kan wetenschappelijk effectief blijken maar of het in de praktijk ook zo is, is vaak de vraag. De context is van belang.
    15% voor
    85% tegen

Partners

  • http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
  • http://www.schuttelaar.nl
  • http://www.zonmw.nl