De 3 p's van voedselzekerheid

15 mei 2012 - Caballerofabriek, Den Haag

We hebben haast! Het duurzamer maken van de samenleving moet veel sneller en beter. The new green economy komt eraan, maar dat gaat bepaald niet vanzelf. Waar liggen de kansen om door te pakken? Welke barrières moeten worden opgeruimd?Hierover organiseerde Schuttelaar & Partners op 15 mei in de Caballerofabriek in Den Haag het Maatschappelijk Café De 3 P’s van voedselzekerheid.

Zes van de tien snelst groeiende economieën komen uit Afrika. Maar tegelijkertijd blijft het realiseren van voedselzekerheid een belangrijke uitdaging voor dit continent, alle hulp en technologie ten spijt. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft goede mogelijkheden om deel te nemen aan de Afrikaanse economische vooruitgang en tegelijkertijd bij te dragen aan lokale voedselzekerheid.

De middag was gevuld met inspirerende presentaties en debatten. De vier pionierende Nederlandse MKB ondernemers brachten goed in beeld hoe zij op een commerciële manier een bijdrage leveren aan lokale voedselzekerheid in Afrika. Niet uit liefdadigheid, maar als onderdeel van hun businessmodel. Met veertig procent van de stemmen werd Bert-Jan Roosendaal van Fleuren & Nooijen, producent van installaties voor viskweek, gekozen als de meest innovatieve en inspirerende ondernemer. Hiervoor ontving hij als prijs de IMVO-voucher van MVO Nederland.

Sprekers

Lucas Simons
Jan Omvlee
Bert-Jan Roosendaal
Daniël Knoop
Lút Zijlstra

Lucas Simons

Landbouw biedt ongelofelijk veel kansen voor ondernemers in Afrika. Maar waarom lukt het ondernemers niet om het hongerprobleem daar op te lossen als er veel behoefte aan voedsel is? Is er sprake van een systeemfout?

Landbouwproducten zijn vaak ongedifferentieerde bulk producten. Dit heeft als gevolg druk op de marges, lage prijzen en lage investeringen. Om dit terug te dringen investeert de Nederlandse overheid in de sector onder andere door middel van subsidies, landbouwonderzoek en -voorlichting. In veel Afrikaanse ontwikkelingslanden ontbreekt deze sturing vanuit de overheid en worden boeren niet ondersteund. Daarnaast functioneren vakbonden en NGO’s vaak niet en opereert de markt in landbouwproducten op basis van een lage prijs en productdifferentiatieniveaus. Dit zorgt ervoor dat afnemers niet vragen om duurzame producten maar om de laagste prijs. Kleine boeren kunnen hierdoor niet concurrenten met de gevestigde partijen, en omdat banken onvoldoende kapitaal verstrekken in de landbouw is dit een race to the bottom.

Een lage prijs van landbouwproducten mondt uit in de noodzaak van productiegroei om inkomen te genereren. Dit leidt tot kinderarbeid, slavernij en de kap van regenwoud. Bij het ontbreken van een enabling environment is het de vraag of ondernemerschap an sich de oplossing biedt voor de systeemfout in voedselproducerende sector. De opstelling van lokale overheden speelt en essentiële rol. Want bij beleid dat de agroproductie stimuleert, kan ondernemerschap ook leiden tot kwaliteitsverhoging, duurzame productie en hoger inkomen.

Jan Omvlee

 

Afrisem is een dochteronderneming van het groentezaadveredelingsbedrijf Rijk Zwaan. Kort geleden vond er in Afrika alleen veredeling van grote landbouwgewassen plaats (zoals maïs), omdat de markt van groentezaden commercieel onvoldoende interessant was.

Omdat Rijk Zwaan een bijdrage wilde leveren aan ontwikkelingsamenwerking, investeerde het bedrijf in Afrisem. Samen met de firma East-West Seed ontwikkelt het bedrijf nieuwe groenterassen voor Afrikaanse boeren. Met deze hybride zaden kunnen boeren hogere opbrengsten met verbeterde kwaliteit realiseren. Het ontwikkelen van nieuw groenteras kost Afrisem tien tot vijftien jaar.. Daarnaast investeert ze ook in de intensieve voorlichting aan boeren om deze zaden te gebruiken. Samen met lokale organisaties traint men boeren met teelttechnische experts. Hierdoor hebben de boeren een hogere opbrengst, meer inkomen en dragen zij dus bij aan een grotere beschikbaarheid van voedsel. Een hogere zaadprijs voor hoogwaardige groenterassen van Afrisem is geen belemmering voor boeren omdat hun producten kunnen concurreren op de wereldmarkt. Daarnaast is Rijk Zwaan, samen met de Rabobank Foundation, actief in Kenia in het verzorgen van teelttechnische advies en wil dit ook in West-Afrika uitrollen. De lange termijn focus van Rijk Zwaan in Afrika zal leiden tot een hoger productieniveau voor de boer, tot ontwikkeling van de commerciële tuinbouw en markt van groentezaden.

Bert-Jan Roosendaal

Fleuren & Nooijen begon vijftien jaar geleden met teelt van de Afrikaanse meerval in Nederland. Daarna startte de firma met de productie van pootvis en ontwikkelde men een duurzame waterzuiveringtechnologie voor professionele visteelt en teelt voor onderzoeksdoeleinden.


In samenwerking met een Nigeriaanse ondernemer is Durante Fish Industries opgezet. Dit bedrijf produceert meerval voor de grote afzetmarkt van Nigeria en West-Afrika. Naast de visteelt in Nigeria ging Durante Fish Industries zich toeleggen op het verkopen van kweekapparatuur, hoogwaardig visvoer en veredelde pootvis, lokaal bekend als the Dutch strain. Met drie vestigingen, honderd man lokaal personeel en geen enkele enkele expat in dienst, groeide Durante Fish Industries uit tot een begrip in de Afrikaanse regio. Om de professionele kweek van meerval verder uit te breiden in de regio, faciliteert het bedrijf startende ondernemers en bestaande viskweekbedrijven in Nigeria en nu ook in Oost-Afrika. Daarnaast wil Fleuren & Nooijen zich richten op de kweek van tilapia in Afrika.

Daniël Knoop

Daniël Knoop begon zijn carrière bij de VN landbouworganisatie FAO. Na enige tijd vond hij dat er binnen deze organisatie te rigide werd gewerkt volgens ‘grand schemes’ in Afrikaanse landen, vooral in landen die zich bevinden in een ingewikkelde context zoals Congo.

Daarom begon hij te onderzoeken hoe de landbouw in Congo op een andere wijze effectief ontwikkeld kan worden. Dit land kan in potentie het volledige Afrikaanse continent voeden, maar door alles wat zich in deze regio heeft afgespeeld, is het land nu netto voedselimporteur. Ook vindt er in Congo veel ontbossing plaats.


Enkele jaren geleden startte Daniël Cassava Solutions Congo (CSC). In een kleine fabriek verwerkt men cassave tot meel. Er werd gekozen voor cassave omdat dit hoogproductieve gewas dagelijks wordt gegeten in de regio en de marktvraag groot is. Na een succesvolle opstart van de firma, eisten de lokale autoriteiten meer belastinggeld dan wettelijk toegestaan. Daarom koos Daniël ervoor CSC stop te zetten. 
Hij heeft nu een nieuw businessmodel ontwikkeld, op basis van satellietboerderijen. Daarmee wordt een doorstart gemaakt met CSC. Naast de verwerking van het cassavemeel richt dit bedrijf zich dus ook op de cassaveteelt, vermeerdering van pootmateriaal en het verstrekken van teeltadvies aan boeren. De potentiële impact is groot omdat het is geworteld in de lokale economie. Daniël verwacht dat het bedrijf bij succes snel zal uitgroeien.

Inmiddels heeft de coöperatie meer dan 4.500 leden. Dit zijn met name kleine melkveehouders (één tot tien koeien) die hun melk afleveren bij melkverzamelpunten. 
In het verleden verkocht TDC deze onverwerkte melk direct aan de consument. Maar met de hulp van Friese melkveehouders is geïnvesteerd in een melkverwerkingsfabriek wat leidde tot de start van Tanga Fresh Limited (TFL). Om het lokale bestuur niet te belemmeren is niet gekozen voor een coöperatiestructuur. Naast het afnemen van melk, worden de TFL-leden beschermd tegen de grillen van de markt. 
In 2008 is opnieuw geïnvesteerd in de verwerking van melkfabriek die jaarlijks 13 miljoen liter melk verwerkt van duizenden leveranciers uit de regio. Het bedrijf creëert hiermee een aantrekkelijke en betrouwbare afzetmarkt voor rauwe melk. Toch zijn Tanzaniaanse boeren en jongeren niet geneigd te kiezen voor de melkveehouderij.

Om de melkproductie te verhogen worden verbeterde melkkoerassen voor de regio gefokt door Holland Dairy Limited. Dit bedrijf is mede door Lút Zijlstra en andere Friese ondernemers gestart. Daarnaast helpen ze lokale melkveehouders leningen af te sluiten om de speciaal gefokte koeien te kopen. Door het ondernemerschap in deze bedrijven zijn praktische voorwaarden gecreëerd voor de productie van duurzame melk in Tanzania. Volgens Lút Zijlstra is het nu aan de lokale ondernemers om de kans te grijpen en verzilveren.

Uitkomst stellingen

  1. Afrika is de komende 10 jaar de belangrijkste groeimarkt

    Eens - Zes van de 10 snelst groeiende economieën liggen in Afrika. Bovendien is Afrika het continent met de jongste bevolking. Door deze gegevens te koppelen aan ondernemerschap zijn de kansen enorm.
    Oneens - De in aantallen gezien grootste groeimarkten bevinden zich in China en Zuidoost Azië. Afrika investeert gebrekkig in de ontwikkeling van haar landbouwsectoren.
    40% voor
    60% tegen
  2. Commercie is de sleutel tot voedselzekerheid

    Eens - Voor voedsel moet worden betaald, dus is het een commerciële aangelegenheid. Commercie is nodig om de landbouw zelfstandig te maken.
    Oneens - Voedselzekerheid gaat in essentie over verdeling. De overheid speelt hierbij een essentiële rol.
    70% voor
    30% tegen
  3. De Nederlandse overheid moet meer subsidie geven om bedrijven in Afrika te starten

    Eens - Er moeten meer middelen worden verstrekt aan bedrijven in plaats van NGO’s in Afrika.
    Oneens - Ondernemers hebben het lef te investeren zonder subsidies. De overheid kan beter steun verlenen op andere manieren.
    30% voor
    70% tegen
  4. Een joint venture aangaan is beter dan een eigen bedrijf starten in Afrika

    Eens - De mens moet centraal staan, sociale innovatie is belangrijker. Westerse innovaties moeten vertaald worden naar lokale context.
    Oneens - Werken met een joint venture is te beperkt; je moet uitgaan van partnerschappen met lokale bedrijven, afgestemd op de behoeftes en mogelijkheden.
    40% voor
    60% tegen
  5. Westerse innovatie is nutteloos in Afrikaanse context

    Eens - Door middel van een joint venture heb je als bedrijf betere aansluiting bij de lokale omstandigheden.
    Oneens - De mobiele telefoon is een ongekend succes in Afrika. Met co-innovatie is westerse innovatie de sleutel tot succes.
    10% voor
    90% tegen