Innovaties voor gezonder en duurzamer eten

10 april 2012

Versnelling naar de nieuwe groene economie betekent ook: versnellen van de innovaties naar gezonder en duurzamer eten. Dat gebeurt niet zomaar. Voortdurend zijn honderden onderzoekers, uitvinders en ondernemers bezig nieuwe producten te ontwikkelen en op de markt te brengen. Waar zijn zij mee bezig? Welke zoekrichtingen vinden zij kansrijk? Welke verrassende nieuwe producten heeft dat al opgeleverd? En vooral: hoe versnellen we dat?

Over deze vragen organiseerde Schuttelaar & Partners in samenwerking met Wageningen UR, KLV, StartLife en UtrechtInc op 4 oktober in theater Junushoff in Wageningen het Maatschappelijk Café Innovaties voor gezond en duurzaam. Vier ondernemers lieten zien hoe zij met grote bezieling nieuwe innovatieve producten op de markt brengen die een duidelijke bijdrage leveren aan gezond en duurzaam.

Elk van de ondernemers werd na zijn pitch aan de tand gevoeld over impact, inspiratie en innovatie door een maatschappelijk panel dat bestond uit Joris Lohman, voorzitter van Youth Food Movement en Matthijs Sienot van hetkanWel. Na een samenvatting van de avond gepresenteerd als een rijmende droom door Reinier Heijenberg, directeur van ISMC en oprichter van Bio+, koos het publiek Willem Treep als ondernemer van de avond.

Sprekers

Tiny van Boekel
Vincent Melman
Wilbert de Louw
Peter Markert
Willem Treep

Tiny van Boekel

Tiny van Boekel, levensmiddelentechnoloog en directeur van het Onderwijsinstituut van Wageningen UR, ziet de presentatie die hij vanavond als wetenschapper mag houden als mooie illustratie van de gouden driehoek waarin overheid, bedrijfsleven, en kennisinstituten samenwerken. Maar wat kan wetenschap de ondernemers in deze gouden driehoek bieden?

Wetenschap kan wel oplossingsrichtingen bieden maar de oplossingen zelf moeten door ondernemers worden gevonden. Het gaat erom dat zij de technologie naar hun hand kunnen zetten om daadwerkelijk iets nieuws succesvol in de markt te zetten. De overheid moet voorwaarden scheppen om innovatie te laten floreren. We lijken door te schieten in de bescherming van de volksgezondheid. Als brood nu zou worden uitgevonden zou het verboden worden vanwege de mutagene stoffen in de broodkorst. We zijn te ver doorgeschoten in de bescherming, en dat kunnen we ons in de toekomst qua voedselvoorziening niet veroorloven. De huidige voedselzekerheid is schijnzekerheid. Daar moeten we alle technologie die ons ter beschikking staat voor inzetten.

De afgelopen 40 jaar dat Van Boekel actief is in de levensmiddentechnologie, zijn we gegaan van voedselzekerheid via voedselveiligheid naar voedselkwaliteit om nu uit te komen bij gezondheid en duurzaamheid.

Vincent Melman

Toen Vincent Melman twee jaar geleden als ICT-er begon met Eve’s Choice, wist hij dat hij heel veel niet wist. Maar hij was ook bezorgd. Terwijl alle aandacht gaat naar kinderen met overgewicht, ligt het echte probleem volgens hem bij adolescenten.

Dus ging hij op zoek naar een gezond en lekker alternatief voor die doelgroep, met het idee: wanneer je eetgewoontes wilt veranderen moet je het aanbod zelf veranderen. Met behulp van studenten van de HAS in den Bosch is er een koekje ontwikkeld met 25% minder suiker.

Toen na marktonderzoek bleek dat mannen en vrouwen totaal verschillend waren heeft Melman zich gericht op degene die in het huis de aankoopbeslissingen maakt; de vrouw. Zo past hij het tussendoortje aan op wat vrouwen belangrijk vinden. Het resultaat: een deelbaar koekje, in een mooie hersluitbare verpakking, zo veel mogelijk biologisch en met minder suiker dan vergelijkbare producten. Soms is innovatie heel makkelijk aldus Melman.

Wilbert de Louw

Zijn opleiding op de hotelschool in Wageningen heeft Wilbert de Louw heel veel gebracht waaronder mensenkennis en het inzicht in het belang van verbinden van mensen. Tijdens het opzetten van een horeca-uitzendbureau leerde de Louw te luisteren naar wat mensen echt willen. En dat is kwaliteit, kwaliteit en kwaliteit.

Na het verkopen van het uitzendbureau heeft de Louw zich gestort op het ontwikkelen van cateringconcepten. Met het patent voor zelfverwarmende verpakkingen in de hand is Foodcase in contact gekomen met een luchtvaartmaatschappij. Deze bleek niet geïnteresseerd in de verpakking, maar wel in de inhoud. Jaarlijks wordt 35% van de 40 miljoen maaltijden aan boord van vliegtuigen in Nederland weggegooid. Wanneer de maaltijden ongekoeld mee kunnen worden genomen zal dit aanzienlijk kunnen worden verminderd.

Om dit te kunnen bewerkstelligen is er gezocht naar een verpakking die luchtdicht is, attractief en gemakkelijk open te maken. Foodcase is nu hard op weg om, in samenwerking met luchtvaartmaatschappijen en andere grote afnemers, 25 % afvalreductie te verwezenlijken en daarmee de hele frozen supply chain op zijn kop te zetten.

Peter Markert

Peter Markert is in zijn familie de derde generatie die werkzaam is in de vleesverwerkende industrie. Met zijn bedrijf Sabofa heeft hij een technologie ontwikkeld om vlees op een nieuwe manier te marineren.

In de industrie wordt vlees gemarineerd door de marinade in het vlees te injecteren. Dit proces is de afgelopen 50 jaar niet noemenswaardig verbeterd. Het heeft nog steeds een aantal grote nadelen. Zo krijg je, bij de huidige wijze van marineren, kleine gaatjes in het product en zijn chemische producten zoals polyfosfaten nodig.

Sabofa heeft hier een oplossing voor gevonden. Met behulp van de FlavorJet wordt de marinade onder hoge druk in de het vlees gebracht. Hierdoor komen er geen gaatjes in het product en is de verdeling van marinade veel beter. Ook is het risico op gebroken naalden afwezig en zijn polyfosfaten niet meer nodig.

De FlavorJet kan het verlies van marinade in het eerste uur verminderen van 50% naar 3%. Dit betekent dat, wanneer alle vleesverwerkers in de EU de Flavorjet zouden gebruiken dit een besparing oplevert even groot als het volledige watergebruik van België. Daarnaast is zoutreductie mogelijk omdat de verdeling van de marinade beter is. Dat is zeker van belang en kan helpen de zoutconsumptie te verminderen.

Willem Treep

Tijdens zijn studie ontwikkelingseconomie merkte Willem Treep dat hij te commercieel was voor ontwikkelingswerk, maar hij had wel een droom: een fair business bouwen.

Bij Heineken en Unilever leerde hij dat consumenten verleid moeten worden. Maar waarom verleidt de groenteman zijn consumenten niet?

Daarom is Willem samen met compagnon Drees producten van boeren uit de buurt naar de supermarkten in de buurt gaan brengen. Op deze manier los je het wereldvoedselprobleem niet op maar breng je consumenten wel dichter bij hun voedsel. Daarnaast biedt het concept ruimte voor innovatie. Zo kan een plaatselijke teler nieuwe gewassen zoals regenboogpeentjes ondanks een erg kleine schaal toch in de supermarkt krijgen.

Samengevat gaat het volgens Willem om twee dingen: verleiden en verbinden. Zo krijgt de consument meer zicht op het product en verandert de groentechef in de supermarkt weer in een vakman.

Uitkomst stellingen

  1. Crowdfunding is de beste selectie voor maatschappelijk verantwoorde innovatie.

    Eens - De verantwoording die nodig is voor crowdfunding is een goede toets voor de maatschappelijk verantwoorde innovatie. Belasting betalen is al een methode van onvrijwillige crowdfunding.
    Oneens - Stimuleren van innovatie is een taak van de overheid, maar er zijn zo veel manieren om innovatie voor elkaar te krijgen. Wanneer de crowd zou weten wat duurzaam is zouden we dit probleem niet hebben.
    20% voor
    80% tegen
  2. De Schijf van Vijf moet uitgaan van gezond én duurzaam

    Eens - Duurzaam is een onderdeel van het begrip gezond, het is dus niet meer dan logisch om dit aan te passen. De voorbeeldfunctie van de schijf van vijf zou ook moeten worden gebruikt om mensen bewust te maken van duurzaamheid.
    Oneens - Mensen houden zich toch niet aan de Schijf van Vijf en wanneer we één keurmerk voor gezond en duurzaam ontwikkelen is de Schijf niet nodig. Volwassen, kritische consumenten, moeten zelf keuzes kunnen maken. Daar hebben ze de overheid niet voor nodig.
    20% voor
    80% tegen
  3. Er moet één keurmerk voor gezond en duurzaam komen.

    Eens - Wanneer het technisch mogelijk is, geldt: hoe simpeler hoe beter. Er zijn veel te veel logo’s, vooral gericht op duurzaamheid.
    Oneens - Er moet ruimte zijn voor verschillende prioriteiten zoals gezondheid en dierenwelzijn. Daarnaast wordt het streven naar een keurmerk te vaak gebruikt als façade om maar niets te hoeven doen. Keurmerken zijn sowieso overbodig, het gaat er niet om wat je eet maar hoeveel.
    30% voor
    70% tegen
  4. Grootschalige hightech oplossingen zijn onmisbaar om voedsel gezond en duurzaam te maken

    Eens - Het een sluit het ander niet uit. De goede kleinschalige technieken zouden op een grote schaal moeten worden geïmplementeerd. De huidige eisen die we stellen vragen om hightech handhaving.
    Oneens - Kleine ondernemers kunnen uitstekend van hightech oplossingen gebruik maken. Hightech is niet altijd nodig. Soms zijn simpele oplossingen het beste. Zolang 30 tot 50% van ons voedsel verloren gaat is voorlichting en bewustwording belangrijker.
    40% voor
    60% tegen
  5. Sociale innovatie is belangrijker dan technologische innovatie.

    Eens - In de wetenschapsfilosofie wordt gezegd dat techniek de samenleving volgt en niet andersom. Een samenleving moet ergens klaar voor zijn anders blijft innovatie hangen. Er is wereldwijd veel meer te winnen wanneer sociale omstandigheden worden verbeterd.
    Oneens - Er zit wisselwerking tussen het één en het ander. Soms volgt sociale innovatie op technologische innovatie en soms is het andersom. Maar altijd heb je beide nodig.
    60% voor
    40% tegen