Biomassa grenzeloos duurzaam

17 september 2012 - Nieuwspoort, Den Haag

We hebben haast! Het duurzamer maken van de samenleving moet veel sneller en beter. The new green economy komt eraan, maar dat gaat bepaald niet vanzelf. Waar liggen de kansen op vergroening door meer gebruik van biomassa: the biobased economy? Hierover organiseerde Schuttelaar & Partners op 17 september in Nieuwspoort in Den Haag het Maatschappelijk Café Biomassa Grenzeloos Duurzaam.

Westerse economieën zijn tot op de dag van vandaag vrijwel volledig afhankelijk van fossiele brandstoffen. En niet alleen qua energievoorziening, maar ook voor vele door de mens geproduceerde materialen. De biobased economy is één van de belangrijkste manieren om los te komen van fossiele brandstoffen. Maar kunnen economieën volledig draaien op energie en materiaal afkomstig van organisch materiaal? Wat is de plek van biomassa in de Nederlandse energiemix? En hoe borgen we de duurzaamheid van biomassastromen?

Het Café liet zich kenmerken door een groot enthousiasme, inspirerende presentaties en een prikkelend debat. Vier innovatieve Nederlandse ondernemers brachten in beeld hoe zij op een commerciële manier een bijdrage leveren aan duurzame biomassaprojecten in binnen- en buitenland. Met ruim zestig procent van de stemmen werd Ruben van Maris verkozen als 'ondernemer van de avond'.

Rob Boerée, directeur Energie en Klimaat bij Agentschap NL en medeorganisator van het Maatschappelijk Café sloot de avond af met een korte reflectie op het debat. Wat hem betreft goed om te zien dat de discussie over de biobased economy voortduurt en niet langer alleen over energietoepassingen gaat. In dat opzicht is cascadering van enorm groot belang. Verder hebben de presentaties en debatten aangetoond dat vooral ondernemers de biobased economy trekken en AgentschapNL daarin een sturende en stimulerende functie heeft.

Sprekers

Daan Dijk
Pjotr Schade
Ruud van Eck
René Venendaal
Ruben van Maris

Daan Dijk

Na de industriële en ICT revolutie staan we aan de vooravond van een landbouwrevolutie. Door Daan Dijk omschreven als de BBE 2.0 en uitgelegd als de terugkeer van de landbouwgedreven economie zoals we die tot 150 jaar geleden kenden. Namelijk zonder gebruik van fossiele grondstoffen.

Door intensieve samenwerking tussen de chemie en landbouwsector moet deze nieuwe economie binnen afzienbare tijd herrijzen. Daan Dijk vergelijkt de aanstaande revolutie met de IT- en telecomindustrie. Niemand verwachtte 30 jaar geleden dat die zouden integreren en dat ze samen onder de naam ICT zo'n vlucht zouden nemen. Feit is dat ICT onze wereld heeft veranderd en dat nog steeds doet. Voor de BBE geldt hetzelfde. Boerderijen worden raffinaderijen en de duurzame energie die boeren daarmee opwekken zal lokaal worden ingezet. Rabobank ziet de inzet van biomassa nadrukkelijk als een manier om hoogwaardige toepassingen, zoals plastics, te ontwikkelen. Met de beschikbare biomassa kunnen we simpelweg niet in de mondiale duurzame energiebehoefte voorzien. Bio-energie is wat Daan Dijk betreft daarom ook de laatst geschikte toepassing van biomassa. Om de mogelijkheden van hoogwaardige materialen verder te benutten, stelt Daan Dijk tot slot dat er een grote uitdaging ligt om onze kennis over micro-organismen te ontwikkelen. Als we dit oppakken ligt er een wereld voor ons open.

Pjotr Schade

Oude technieken inzetten voor nieuwe hoogwaardige toepassingen. Dat is wat Pjotr Schade met zijn bedrijf Everest Energy doet. Everest Energy is een mondiale energieprojectontwikkelaar die zich uitsluitend richt op projecten waar energiewinst valt te behalen.

Momenteel richt de organisatie zich op het verwaarden van afvalhout in de Verenigde Staten dat niet langer een bestemming heeft. Het afvalhout wordt via bestaande technieken omgezet in hoogwaardige houtpellets die vervolgens in Europa worden bijgestookt. Volgens Pjotr Schade de enige weg om op korte termijn meters te maken en de duurzame energiedoelstellingen in 2020 te halen. Tegelijkertijd vraagt Pjotr Schade aandacht voor innovaties die nog moeten rijpen en ons op langere termijn wellicht kunnen helpen in onze duurzame energiebehoefte. We moeten onze infrastructuur verbouwen met de winkel open. Voor de hand liggende tussenoplossingen moeten zo spoedig mogelijk geïmplementeerd worden. Oude technieken in een nieuw jasje!

Ruud van Eck

Na de succesvolle verkoop van zijn ICT bedrijf, heeft Ruud van Eck het over een totaal andere boeg gegooid. Hij mag zich momenteel ondernemer in de cleantech noemen. De Kyoto doelstellingen inspireerden Ruud van Eck om zich te gaan richten op de energiesector.

Op dit gebied voorzag hij namelijk een belangrijke en kansrijke transitie. Met vallen en opstaan heeft hij het inmiddels goed lopende bedrijf Diligent in Tanzania opgericht. Diligent produceert en verkoopt de olie van de jatropha plant. Doordat Diligent bij lokale boeren als eis stelt dat ze naast jatropha ook voedselgewassen blijven verbouwen, is de organisatie erin geslaagd het inkomen van 20.000 lokale boeren te verdubbelen. Diligent verwerkt en verkoopt de jatropha olie, eiwitten en perskoek. De olie wordt gebruikt voor het vliegtransport, de eiwitten voor veevoer en de perskoek voor de lokale energiebehoefte. Dat laatste resulteert direct in minder onnodige houtkap. Al met al is Diligent erin geslaagd de jatropha plant te verwaarden en de lokale welvaart van de allerarmsten te verhogen. Duurzaamheid ten voeten uit.

René Venendaal

De Biomass Technology Group (BTG) bestaat 25 jaar en daar is René Venendaal, directeur van de organisatie, terecht erg trots op. De organisatie is actief in meer dan 80 landen, brengt elk jaar minimaal één spin-off tot stand en zet momenteel sterk in op pyrolyse; in binnen- en buitenland.

Pyrolyse (ook wel kraken of droge destillatie genoemd) is een proces waarbij materiaal wordt ontleed door het te verhitten zonder dat er zuurstof bij kan komen. René Venendaal typeert de ontwikkeling van deze techniek als de stille revolutie. Technologische inzichten die BTG in de afgelopen jaren heeft opgedaan, resulteren in mooie kansen. René Venendaal waakt echter voor de Wet van de Remmende Voorsprong. Stap voor stap moet de markt voor pyrolyse-olie voorbereid worden. Volharding is daarbij een absolute noodzaak. Het grote voordeel van deze ontwikkeling is dat de bestaande infrastructuur behouden kan blijven. Als voorbeeld van de impact van pyrolyse olie stelt René Venendaal dat 10% vervanging van minerale olie door pyrolyse-olie zal leiden tot de behoefte aan circa 200 nieuwe pyrolysefabrieken. Deze zullen vooral verrijzen op locaties waar grote biomassastromen beschikbaar zijn, zoals rond de evenaar.

Ruben van Maris

“Hoe meer het stinkt, hoe meer het oplevert” en “Indonesië is het nieuwe Saoedi Arabië”. Zomaar twee prikkelende quotes uit de presentatie van Ruben van Maris, directeur van Maris Projects. Dit is een bedrijf uit Noord Brabant dat zich bezighoudt met het upcycelen van agristromen die door de landbouw op dit moment worden verwaarloosd.

Omdat de Nederlandse overheid waardevolle mest liever laat verbranden en ondernemers nodeloos voor de voeten loopt met allerlei regeltjes, heeft Ruben van Maris het advies van zijn vader opgevolgd en richt hij zich voornamelijk op ontwikkelingslanden zoals China, India en Indonesië. Ruben van Maris ziet dat alleen de vrucht van planten wordt benut en alle overige restproducten niet. Deze reststromen vormen juist een enorme kans om biomaterialen en bio-energie te produceren. Daarnaast ligt er een kans op het gebied van waterplanten, zoals zeekraal, eendenkroos en algen. Deze producten worden nog maar zeer beperkt ingezet. Bij de ontwikkeling van reststromen constateert Ruben van Maris dat veel afval tot hogere waarde gebracht kan worden dan energie. Te denken valt hierbij aan papier, vezels en bioplastics. Orde maken in chaos dat is wat Ruben van Maris zal blijven doen.

Uitkomst stellingen

  1. Biomassa moet in het land van productie verwerkt worden

    Eens - De mondiale verdeling van werkgelegenheid wordt een steeds groter issue. Vanuit dat oogpunt moet biomassa zoveel mogelijk lokaal verwerkt worden. Tot slot zal de bodemvruchtbaarheid een steeds groter probleem worden. Lokale verwerking kan dat (deels) verhelpen.
    Oneens - Nederland, bijvoorbeeld de haven van Rotterdam, heeft een duidelijke economische functie in de BBE. Verder is verplichte lokale verwerking een onnodige restrictie die niet altijd tot de beste oplossing zal leiden. Je kunt beter naar een regio kijken.
    70% voor
    30% tegen
  2. Certificering is een nieuwe vorm van Westers kolonialisme

    Eens - Certificering is een van de vormen waarmee het westen zijn macht uitoefent. Het leidt tot exclusiviteit die alleen bevorderlijk is voor Westerse economieën.
    Oneens - Biomassa productie kan leiden tot misstanden. Daarom is certificering absoluut noodzakelijk. Daar zijn lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden ook bij gebaat.
    20% voor
    80% tegen
  3. De biobased economy heeft alleen toekomst als de mondiale fosfaatvoorziening (kunstmest) is gegarandeerd.

    Eens - De BBE gaat over het sluiten van kringlopen. Op dit moment is de fosfaatkringloop nog niet sluitend en zal de BBE dus geen toekomst hebben.
    Oneens - De beschikbaarheid van fosfaat is vooral een verdelingsissue. Nederland bezit relatief veel fosfaat uit natte stromen. Door deze stromen beter te benutten is de beschikbaarheid van fosfaat geen probleem voor de ontwikkeling van BBE.
    50% voor
    50% tegen
  4. De biobased economy wordt alleen duurzaam door gerichte eisen van de overheid.

    Eens - De overheidsinterventies zijn absoluut noodzakelijk om de richting van de energietransitie aan te geven. Zonder ondersteuning bij bijvoorbeeld certificering zou er weinig van duurzaamheidterechtkomen.
    Oneens - De BBE wordt juist gedragen door ondernemers. De overheid loopt ver achter op de private sector en laat de oren hangen naar gevestigde belangen. Verder zal duurzaamheid vooral gestimuleerd worden door eisen van afnemers.
    30% voor
    70% tegen
  5. De verplichte bijmenging van biobrandstof moet niet aan een minimum, maar aan een maximum worden gebonden

    Eens -
    Oneens -
    50% voor
    50% tegen
  6. Over 10 jaar is de biobased economy groter dan de oliesector

    Eens - Ook de landbouw- en voedselsector zijn onderdeel van de BBE en dus kunnen we stellen dat de BBE nu al bijna zo groot is als de oliesector. Bovendien wordt ook de getransformeerde oliesector op termijn onderdeel van de BBE.
    Oneens - Gezien de macht van de oliesector is dit geen realistisch scenario. De huidige infrastructuur staat een snelle invoering van de BBE in de weg. De BBE is juist gebaat bij een geleidelijke invoering.
    30% voor
    70% tegen