Kan veehouderij zorgvuldig?

17 mei 2011 - Nieuwspoort Den Haag

“Er is niet één ultiem model voor de best passende veehouderij in Nederland, maar dat het over een andere boeg moet, dat is wel duidelijk”. Met deze uitspraak opende Martin Scholten, directeur van de Animal Science Group van Wageningen University & Research Centre, op 17 mei 2011 het Maatschappelijke Café met als thema “Kan veehouderij zorgvuldig?”.

Het debat was het eerste in de reeks Maatschappelijke Cafés “Waar laten we de koe, de kip en het varken?”, georganiseerd door Schuttelaar & Partners, in samenwerking met de ZLTO, Pfizer Animal Health, Wageningen UR en KLV Wageningen Alumni Network. Onder voorzitterschap van Kees-Jaap Hin, strategisch adviseur bij Schuttelaar & Partners, bogen ruim 150 aanwezigen uit de agrarische sector, wetenschap, (semi-)overheid en het bedrijfsleven zich over de vraag “Kan veehouderij zorgvuldig?” en bediscussieerden de kansen en bedreigingen voor de sector op het gebied van ecologie, volksgezondheid en economische ontwikkeling.

Als beste debater werd Annechien ten Have van LTO verkozen. Over het grootschalig huisvesten van dieren zei zij: “Het houden van dieren is in goede handen bij onze Nederlandse veehouderij. Het gaat niet om groot- of kleinschalig, maar om wat je doet en welk verhaal je vertelt. Als je een mooi, groot bedrijf hebt met een goed verhaal, willen mensen gerust je vlees eten.”

Sprekers

Martin Scholten
Bert van den Berg
Paul Jansen
Hans Alders

Martin Scholten

De Nederlandse veehouderij is succesvol, maar het lijkt erop dat we struikelen over ons succes.

Wil je op het gebied van diergezondheid, dierenwelzijn en milieu meters maken, dan heb je ook meters nodig. Dat wil zeggen, ruimte voor innovatie en opschaling omwille van de slag naar zorgvuldige veehouderij. Maar juist bij die opschaling wringt het, omdat dit vroeger gelijk stond aan kostprijsreductie. Waarom gooien we het niet over een heel andere boeg? Waarin we zonder concessies op basis van vier basiswaarden gaan produceren: veilig, met het dier centraal, zonder overlast en toekomstbestendig.

Bert van den Berg

Een zorgvuldige veehouderij kan alleen in een andere economische context.

Je kan het bedrijfsleven indelen in twee bedrijfstakken. Bedrijfstakken die zich voornamelijk op meerwaarde profileren en bedrijfstakken die erg kostprijsgedreven zijn. Tot deze laatste behoort de veehouderij. Vlees en zuivel worden nauwelijks op sfeer en kwaliteit vermarkt, maar zijn spotgoedkoop en elke week in de aanbieding. Het opzetten van een tussensegment met meer aandacht voor dierenwelzijn, naar het voorbeeld van de invoering van de groepshuisvesting in de kalverhouderij, wordt gesteund door de Dierenbescherming. Wij streven ernaar om stapsgewijs het dierenwelzijn op een marktconforme manier te verhogen.

Paul Jansen

Zorgvuldig consumeren is de aanjager voor zorgvuldig produceren.

De vraag is niet of de productie zorgvuldiger kan, want daar kunnen we simpel ‘ja’ op zeggen. De vraag is echter hoe wij met elkaar marktwerking kunnen organiseren, om consumenten tot zorgvuldig consumeren aan te zetten. Slechts bij een klein deel van de consumenten zijn ‘duurzaamheid’ en ‘dierenwelzijn’ doorslaggevend in de aankoop van producten. Maar voor een groot gedeelte van de bevolking blijft ‘prijs’ de primaire prikkel. Het aanbod van producten met toegevoegde waarde is er, maar nu nog de vraag. Hoe krijgen we nieuwe marktgedreven concepten van niche naar norm? De supermarkten spelen een beslissende rol.

Hans Alders

Zorgvuldig beleid vergt een zorgvuldige discussie. In het debat over de plaats van de veehouderij in Nederland is er aan beide kanten maar een kleine groep met een zeer uitgesproken mening.

Een zeer grote groep is bewegend. De betrokkenheid van burgers is groot, maar de voorstelling van hoe de veehouderij er vandaag de dag uitziet is beperkt. Met behulp van internet, burgerpanels en een stakeholderdialoog gaan we met elkaar in discussie en proberen we een toekomstbeeld te vormen. Er zijn drie beelden geschetst: de concurrerende veehouderij met het accent op de economische betekenis van de sector, de toekomstbestendige veehouderij met het accent op duurzame ontwikkeling en als laatste de zorgzame veehouderij met het accent op nichemarkten. In de komende weken zullen we helder krijgen waar de meeste support zal liggen.

Uitkomst stellingen

  1. De Nederlandse veehouderij moet een voorloper zijn op dierenwelzijn

    Eens - Nederland is en blijft koploper, we hebben de meeste kennis en dus ook de meeste kansen. Dit is bijzonder motiverend.
    Oneens - We moeten niets. Wanneer we in Nederland voorop lopen in verantwoord consumeren, worden we vanzelf voorloper op het gebied van dierenwelzijn.
    90% voor
    10% tegen
  2. Grootschalige veehouderij is duurzamer dan dieren in kleinere stallen

    Eens - Een grote stal heeft nog steeds kleine hokjes. Groot- schalige veehouderij heeft een professionele aanpak waarbij meer wordt gewerkt met protocollen welke garanties geven op het gebeid van volksgezondheid en dierenwelzijn.
    Oneens - De diversiteit in Nederland is zo mooi. Daarbij moeten we niet de P’s van passie, plezier en profit vergeten. Bij een kleinschaligere veehouderij kun je eerder kiezen voor meerwaarde van je producten.
    60% voor
    40% tegen
  3. Intensieve veehouderij is een bedreiging voor de volksgezondheid

    Eens - Het is wel een bedreiging, maar hoe erg? Niemand kan 100% veiligheid garanderen, we moeten het wel proberen te minimaliseren. Dat kan in de intensieve veehouderij vaak makkelijker dan in de kleinschalige veehouderij.
    Oneens - Tussen dieren in de stal en de buitenwereld is geen contact, het mens-dier-contact is dus beperkt. In landen waar dieren nog in en om het huis worden gehouden, is er veel contact tussen mens en dier. Daar is de kans op het ontstaan van zoönotische kiemen het grootst.
    20% voor
    80% tegen
  4. Megastallen horen thuis op een industrieterrein

    Eens - Als je duurzaam wilt zijn, moet je grootschalig produceren. Als we kijken naar de niet-grondgebonden veehouderij, bereik je de meeste voordelen als alles op één plek aanwezig is. Dit is ook het meest duurzaam.
    Oneens - Er is niemand die zo goed kan zorgen voor het Nederlandse platteland als de Nederlandse boer. Het dier hoort thuis in een dierlijke omgeving met een goed evenwicht tussen veehouderijen en bewoners.
    30% voor
    70% tegen
  5. Nederland heeft de beste landbouw ter wereld

    Eens - We hebben de beste boeren, slachterijen en veevoederfabrikanten van de wereld, maar we werken niet goed samen.
    Oneens - We hebben de beste landbouw, maar helaas niet de beste veehouderij. We moeten toe naar gesloten kringlopen zonder het milieu aan te tasten.
    50% voor
    50% tegen
  6. Nederland moet stoppen met grootschalige export van vlees, eieren en zuivel

    Eens - We moeten niet op de duurste vierkante meters de goedkoopste producten willen produceren.
    Oneens - Het doel op zich moet niet de export zijn, maar er moet daar geproduceerd worden waar dit het meest duurzaam is en met een kostprijs waar duurzaamheid in verdisconteerd zit.
    30% voor
    70% tegen

Partners

  • http://www.schuttelaar.nl
  • http://www.wur.nl/NL/
  • http://www.klv.nl/
  • http://www.zlto.nl/
  • http://www.animalhealth.pfizer.com/