Eetbaar groen in de wijk - Voedsel voor een vitale stad

6 oktober 2011 - Junushoff, Wageningen

Het verbouwen en consumeren van voedsel is niet alleen een sterk verbindende factor in de wijk. Het is ook een effectief middel om mensen gezonder, de wijk groener en de economie vitaler te maken. Hoe dragen initiatieven als moestuinen bij aan een gezonde leefstijl? Hoe maken we ideeën succesvol en duurzaam? Welke spelers hebben een rol? En hoe kunnen we elkaars rol versterken? Deze vragen stonden centraal tijdens het Maatschappelijk Café op 6 oktober.

‘Eetbaar groen in de wijk’ was de eerste van twee Maatschappelijke cafés “Wie voedt de wijk? Gezond leven in de stad!”, georganiseerd door Schuttelaar & Partners in samenwerking met Wageningen UR, Nutricia, Food4You en Rijn IJssel Vakschool Wageningen. Onder voorzitterschap van Ronald Hiel, managing partner bij Schuttelaar & Partners, dachten de ruim 80 aanwezigen uit de wetenschap, (semi-)overheid en het bedrijfsleven mee over voedsel en groen in de stad.

Willieanne van der Heijden van Groen Kennis Coöperatie kreeg de meeste reacties op haar inbreng en werd daarom verkozen tot beste debater van de avond. Een buurttuin is een succesvol middel voor buurtcontact. Hierover zei zij: “Veel mensen hebben een hond voor sociale contacten. Met een buurttuin heb je geen hond meer nodig om tegen te praten, maar heb je echt menselijk contact.”

Sprekers

Lex Hoefsloot
Frank van Bussel
Peter de Roden
Katrien van Laere

Lex Hoefsloot

Burgers heft in eigen hand! Op meerdere plekken in Wageningen nemen burgers het heft in eigen hand. De grond rondom ruïne Kirpestein wordt omgevormd tot eetbaar groen, andere burgers plannen een eetbaar bos en ik verwacht meer. Waar de autoriteiten de weg kwijt zijn, neemt de burger het over. Ze zetten iets op waar hun hart naar uit gaat en geven hun eigen leefomgeving vorm. De lokale overheid moet daar nog aan wennen.
Nu staan op de Wageningse Berg nog gebouwen van de universiteit. Binnenkort komt het terrein op de Dreijen vrij omdat alle activiteiten verplaatsen naar de campus. Er is straks 20 hectare grond vrij waar we een woonwijk van gaan maken. Groen, duurzaam huizen bouwen en geld verdienen moeten niet meer tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Over een paar jaar loop ik in september over de Dreijen, de nieuwste woonwijk van Wageningen. Er is veel ruimte en heel opvallend; fruitbomen, een moestuin, een kas met kruiden waar je zelf mag oogsten. Hoe krijgen we dit voor elkaar? Plannen hebben alleen kans van slagen door groot draagvlak bij de burgers. We gaan graag het gesprek aan!

Zet de ondernemersbril op

Ik heb niets met stadslandbouw. Wél met actieve burgers die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leefomgeving. Dat zorgt voor sociale cohesie. Daarom ondersteunen wij projecten waarbij burgers het initiatief nemen. De overheid blokkeert die energie door de stroop van de regels. Het moet van onderaf komen. De overheid moet faciliteren maar geen subsidies geven. Als deze wegvallen, is er een probleem en verdwijnt het project.

Maar hoe moet het dan? Mijn advies: Zet de bril op van de ondernemer. Combineer stadslandbouw met bijvoorbeeld horeca, zorg en kinderopvang zodat het geld gaat opleveren. Dan heb je geen subsidies nodig en los je het op met zelfsturing. De gemeente moet vooral betrokken zijn, vertrouwen hebben in de burgers en hen de ruimte geven. Wees als ambtenaar bereid om de regels aan te passen bij een goed initiatief.

Groen in een steenrijke wijk

In de Haagse Schilderswijk leeft eetbaar groen. Met Foodprint hebben we voedsel en de stad weer met elkaar verbonden. We zetten kunst in om kritisch te kijken naar de inrichting van de stad en hoe we met elkaar leven. In deze steenrijke wijk wonen 50.000 mensen met grote gezinnen in kleine woningen. Het groen nodigt niet uit tot ontmoeting. Daar hebben we verandering in gebracht door een groene infrastructuur in de wijk te brengen met fruitbomen en kruiden. Elke plek kun je gebruiken!
We zijn heel klein begonnen op binnenterreinen met startfinanciering van het ministerie van EL&I en private fondsen. De plantlocaties moeten zich als een olievlek gaan verspreiden over de wijk. We zijn wekelijks aan het werk in de wijk en bewoners zien het groen ontstaan. Over een jaar of drie moeten we weg van het fondseninfuus. We streven naar een programma gedragen door bewoners, woningbouwcoöperatie, gemeente en lokale verenigingen. Louter op bewoners varen, maakt het kwetsbaar.

Groente beleven

Slechts 1% van de kinderen van 7-8 jaar haalt de aanbeveling van 150 gram groente per dag. Dat toont de recente Voedselconsumptiepeiling. Tussen 0 en 4 is het niet veel beter en dat terwijl groente eten zo belangrijk is om overgewicht en obesitas te voorkomen. Daar willen we als landelijke partner van Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) iets aan doen. Kunnen we zorgen dat kinderen van groente gaan houden? Jong geleerd is oud gedaan. Samen met de gemeenten Rotterdam en Utrecht, diëtisten en GGD zijn we dit voorjaar een pilot gestart met 100 moestuinen in houten bakken bij kinderdagverblijven en voorscholen, veelal in achterstandswijken. Kinderen kunnen groente beleven door zelf te zaaien en oogsten.
Is het complex? Ja en nee. Publiek-private samenwerking is niet altijd makkelijk. Je moet elkaar leren kennen, maar als je het samen doet, vliegt het ook. De kinderen en leidsters zijn ontzettend enthousiast. Wat ik het liefste wil, is een groentemoment om vier uur op kinderdagverblijven en scholen. Met als doel dat straks minstens de helft van de kinderen die aanbeveling van 150 gram per dag haalt.

Uitkomst stellingen

  1. De aanleg van een buurttuin is te complex om aan de burger zelf over te laten.

    Eens - Het wordt een rommeltje. Er moet iemand bij betrokken zijn die er wat van weet. Anders zaait de één sperziebonen in november, dan lukt het niet meer. De ander plant een appelboompje, maar hoe moet dat over drie jaar?
    Oneens - Het gaat soms verkeerd. Maar van mislukkingen leert men en samen uitvoeren verbindt. Burgers hebben ook expertise, met veel slimme mensen: leraren, bouwvakkers, wetenschappers.
    30% voor
    70% tegen
  2. De gemeente moet eetbaar groen in de wijk aan particulier initiatief overlaten.

    Eens - We hebben gezien dat je het beter over kunt laten aan ondernemers in plaats van aan de overheid en ambtenaren.
    Oneens - De gemeente moet intensief betrokken zijn, mee in het proces, ervaring opdoen en wanneer nodig beleid maken. Het lukt niet als je het aan de burgers overlaat.
    60% voor
    40% tegen
  3. De supermarkt moet producten van de lokale buurttuintjes verkopen.

    Eens - De supermarkt is een belangrijke plek in de wijk. Mensen komen er bij elkaar. Zorg dat de producten er ook komen. De winst kan weer geïnvesteerd worden in het project.
    Oneens - Wees praktisch! Verdeel het en gun de marge niet aan de supermarkt. In de stad zijn heel veel mensen, dus deel het uit.
    10% voor
    90% tegen
  4. Een buurttuin is een succesvol middel voor buurtcontact.

    Eens - Het zorgt zeker voor sociale cohesie. Met een volkstuin hoef je niet meer de hele dag alleen tegen je hond te praten.
    Oneens - Een buurttuin is een rampscenario voor buurtcontact; te droog, te koud, de oogst mislukt. Als het geslaagd is, valt er iets te halen, dan komt het slechtste in de mens boven.
    90% voor
    10% tegen
  5. Elk kind moet weten waar zijn eten vandaan komt.

    Eens - Het kan niet zo zijn dat mensen over 20 jaar denken dat een appel een industrieel product is.
    Oneens - Kinderen moeten maar één ding; eten waarderen. Ze hoeven niet te weten waar het vandaan komt. Maar wel hoe je een gezonde voeding samenstelt.
    90% voor
    10% tegen

Partners

  • http://www.food4you.nl/
  • http://www.nutriciavoorjou.nl
  • http://www.schuttelaar.nl
  • http://www.wur.nl/NL/