Boer in debat

7 september 2011 - Junushoff, Wageningen

De veehouderij staat volop in de schijnwerpers. Initiatieven als Megastallen NEE, Ongehoord!, Varkens Vandaag en de ondertekening van het Verbond van Den Bosch als sluitstuk van de werkzaamheden van de Commissie Van Doorn zorgen voor veel aandacht in de media. In dat kader vond op 7 september het Maatschappelijk Café plaats van Schuttelaar & Partners in Wageningen. Met het thema ‘Boer in debat’ werd de plaats van de veehouder in het debat rondom de veehouderij centraal gesteld. Laat de veehouder zijn stem genoeg horen?

‘Boer in debat’ was de laatste in de reeks Maatschappelijke Cafés “Waar laten we de koe, de kip en het varken?”, georganiseerd door Schuttelaar & Partners, in samenwerking met de ZLTO, Pfizer Animal Health, Wageningen UR en KLV Wageningen Alumni Network. Onder voorzitterschap van Elzo Kannekens, senior adviseur bij Schuttelaar & Partners, dachten de ruim 100 aanwezigen uit de agrarische sector, wetenschap, (semi-)overheid en het bedrijfsleven mee over de toekomstige rol van de veehouder, zowel in het debat als in zijn stal.

Melkveehouder Jack Verhulst kwam met de meest concrete voorstellen voor samenwerking en werd daarom verkozen als beste debater van de avond. Over die samenwerking zei hij: “Ik hoop én wens dat we samen als boeren, ketenpartners en erfbetreders er de schouders onder kunnen gaan zetten en we respect voor ons voedsel creëren, zodat de burger ons op handen gaat dragen. Dan komt de prijs vanzelf.”

Sprekers

Wim Thus
John Lorist
Michel Vandenbosch
Geart Benedictus

Ver kijken, ver reiken, verrijken

Als je praat over de toekomst van de veehouderij, dan moeten we ver kijken en een punt op de horizon hebben waar we ons op moeten richten.


Terugkijkend is er echt ontzettend veel gebeurd op vraagstukken als stank, ammoniak, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, besmettelijke dierziekten, kostprijs en zie je dat wij als Nederland echt voorop lopen. Toch moet er voor de toekomst met een mondiale blik gekeken worden naar de veehouderij, we moeten ver reiken.

Vasthouden aan ambities en inspelen op voorlopers is essentieel, focus niet op de achterblijvers. Er is kolomverantwoordelijkheid noodzakelijk om voldoende rendement te genereren in de primaire sector. Maar vergeet niet dat voldoening in je werkzaamheden en trots zijn op je bedrijf ook een vorm van verrijken is.

De varkenshouder ‘moet het doen’ met trots en passie

Er wordt gevraagd om verandering in de veehouderij. Daar zijn al vele rapporten over verschenen, maar het is uiteindelijk de boer die het moet doen. Maar dan moet dat wel mogelijk gemaakt worden.

Een varkenshouder is een voedselproducent. De markt bepaalt uiteindelijk hoe het product eruit zit. En het zijn de consument en de overheid die bepalen hoe de markt eruit ziet. De schakels tussen de consument en de producent begrijpen en vertrouwen elkaar niet en werken maar matig samen. Het product dat wij produceren is anoniem, merkloos en kan zich moeilijk onderscheiden.
Het product, dat wil zeggen het voedsel, moet voorop gesteld worden, niet de productiewijze. De Nederlandse boer is een vakman die voldoende kennis in huis heeft om aan alle eisen die de markt aan hem stelt te voldoen. Als de markt zijn werk doet, al dan niet ondersteund door de overheid, wordt het vakmanschap beloond en verwordt de boer niet tot folklore op zondagavond. We moeten trots zijn op ons vak en dit ook uitstralen!

Michel Vandenbosch

Aan de hand van twee humoristische campagnes van GAIA onderstreepte Michel Vandenbosch het uitgangspunt van GAIA: Humor is een ernstige zaak, dierenwelzijn ook.

Ik focus mij met name op wat belangrijk is voor de dieren. En op een gegeven moment merk je dat dat ook belangrijk is voor de veehouder en voor de maatschappij in het algemeen. De veehouder heeft in Europa een behoorlijke stem. Misschien niet als individuele veehouder, maar de organisaties die de veehouder vertegenwoordigen.
In de toekomst moeten we wegblijven van bulkproductie, de Europese veehouder kan op de wereldmarkt hier niet mee concurreren. We moeten toe naar een diergerichte veehouderij en Europa zien als nichemarkt met een onderscheidend vermogen op kwaliteit, duurzaamheid, volksgezondheid en dierenwelzijn.

Help… de boer verdwijnt!

In 1975 hadden we nog 160.00 land- en tuinbouwbedrijven. Rond de eeuwwisseling nog honderdduizend en op dit moment hebben we nog 68.000 bedrijven.

Als we zo doorgaan sluit in 2033 het laatste bedrijf. Daarbij daalt het percentage jonge boeren enorm. De bijdrage aan de maatschappij blijft echter onverminderd groot: de agrariër voorziet vele mensen van voedsel en zorgt voor tien procent van de werkgelegenheid.
Het nostalgische beeld dat de maatschappij van de boer heeft, is niet meer van deze tijd en daarbij is ook de positie van het dier veranderd. Kinderen die ik ontmoet heb tijdens een werkbezoek aan een basisschool in Haarlem, zien de boer als een moderne slavenhouder. Zonder slaven, maar met dieren. Het gat tussen de verzakelijking van het dier in de professionele sector versus de verpersoonlijking van het dier in de rest van de maatschappij moeten we zien te dichten. Alle spelers rondom de boer moeten zich daarvoor hard maken en de boer moet daarvoor meer in contact staan met zijn omgeving.

Uitkomst stellingen

  1. Commissie van Doorn is de doorbraak naar duurzame veehouderij.

    Eens - Als je ziet wie er getekend hebben en wat voor visie er onder ligt dan is dit een doorbraak. Maar uiteindelijk zijn het de markt, de boeren, de partners van de boeren en de buren van de boeren die het moeten gaan doen.
    Oneens - De handtekeningen van maatschappelijke organisaties missen en deze zijn essentieel. Er staan handtekeningen, maar vertrouwen in de uitwerking is er niet.
    10% voor
    90% tegen
  2. De boer heeft zijn toeleveranciers nodig om zijn stem terug te krijgen in het debat.

    Eens - De problemen zijn omvangrijk en complex, ideeën, kennis en morele steun zijn nodig van toeleveranciers en zorgen voor een versnelling in ontwikkelingen. Het zijn vaak de innovaties en technieken van toeleveranciers die succesvol in de markt worden gebracht en verschil maken.
    Oneens - De toeleverancier kan de boer maximaal ondersteunen, maar de boer moet het doen. Om het geld dat de toeleverancier verdient aan de boer waar te maken, moet de kwaliteit van de toeleverancier, zoals de dierenarts en veevoerdeskundige, omhoog.
    20% voor
    80% tegen
  3. De veehouderij leent zich voor transparantie met de webcam.

    Eens - We leven in de 21e eeuw; maak je zelf je beelden niet en toon je jezelf niet, dan tonen anderen je wel. Dat is ongehoord, maar het gebeurt wel.
    Oneens - De boer moet zich niet in de stal verschuilen, maar ‘de boer op’ en bespreekbaar maken wat de dilemma’s zijn. Mensen moeten zelf komen kijken, ze moeten ruiken waar de stront vandaan komt.
    40% voor
    60% tegen
  4. Dierenwelzijn is belangrijker geworden in de politiek dan in de landbouw.

    Eens - Voor veel boeren is dierenwelzijn een beleving van maatvoering en het voldoen aan wettelijke eisen, het is een oppervlakte en centimeter discussie geworden.
    Oneens - Er is geen boer die zijn dierenwelzijn niet belangrijk vindt, wel zijn er meer issues dan alleen dierenwelzijn.
    30% voor
    70% tegen
  5. Het belang van de boer was het uitgangspunt in de Nederlandse discussie rond castratie.

    Eens - Het was een belangrijk breekpunt waarbij de retail, samen met de varkenshouderij, het probleem heeft aangepakt, op initiatief van de boer en maatschappelijke organisaties.
    Oneens - Het belangrijkste uitgangspunt was het belang van de big. Wel is het belang van het varken ook op de lange termijn het belang van de boer.
    10% voor
    90% tegen
  6. Het zal de consument worst wezen hoe vlees wordt geproduceerd.

    Eens - Mensen weten niet hoe vlees geproduceerd wordt, hoe kunnen ze dan een mening vormen?
    Oneens - Door het verhaal achter de productie van voedsel te laten zien, ontstaat er binding met voedsel. Dan komt er ook meer respect voor de manier waarop wij ons voedsel produceren en kunnen we een kostendekkende prijs genereren.
    20% voor
    80% tegen
  7. Vakmanschap van de veehouder is doorslaggevend voor de duurzame veehouderij

    Eens - Je kunt nog zo’n mooie stal hebben met hoogproductieve dieren en hoogwaardige technieken, zonder boeren met verstand van zaken komt er geen duurzame veehouderij.
    Oneens - Met alleen vakmanschap kom je er niet, het is een randvoorwaarde voor een duurzame veehouderij. Doorslaggevend zijn middelen om te investeren.
    80% voor
    20% tegen

Partners

  • http:/www.schuttelaar.nl
  • http://www.wur.nl/NL/
  • http://www.klv.nl/
  • http://www.zlto.nl/
  • https://animalhealth.pfizer.com