Graan: van spelt tot golden rice

8 oktober 2009 - Junushoff in Wageningen

We hebben moderne technieken zoals zaadveredeling hard nodig om in 2050 de wereldbevolking te kunnen voeden. De landbouw moet tegen die tijd twee keer zoveel produceren.” Een uitspraak van Arjen van Tunen, directeur van Keygene, tijdens het Werelddebat van Schuttelaar & Partners dat plaats vond op donderdagavond 8 oktober 2009 in Junushoff te Wageningen.

Een kleine honderd mensen waren aanwezig bij het debat ‘Graan: van spelt tot golden rice’. Ze gingen met elkaar in discussie over de opbrengst, kwaliteit en duurzaamheid van graan, de basis van ons voedsel. Centraal hierbij stonden mogelijke oplossingsrichtingen voor groeiende koopkracht en verstedelijking van de wereldbevolking, toenemende druk op water en landbouwgrond en de bedreiging van klimaatverandering.

De prijs voor ‘beste debater van de avond’ werd uitgereikt aan Huub Spiertz. Zijn overtuigingskracht viel in goede smaak bij de vakjury.

Sprekers

Rutger Schilpzand
Prem Bindraban
Peter Jens
Arjen van Tunen

De vraag is niet ‘How to feed the world?’, maar ‘What does the world want to eat?’ Vanuit het idee van ketenomkering moeten we veel meer aandacht besteden aan de dynamiek aan consumentenzijde. We maken ons tegenwoordig niet alleen druk over de vraag of iedereen wel te eten heeft, maar ook over de toename van de luxe voedselconsumptie in Azië. De uitdaging voor de voedselproductie is om in te spelen op de grote ontwikkelingen aan consumentenkant als verstedelijking, meer koopkracht en vergrijzing. De huidige situatie is dat naast de 1 miljard mensen met honger, 1,4 miljard mensen lijden aan overgewicht. Daar moet de productie zich mee bezig houden: eten waar je niet dik van wordt en geen diabetes van krijgt.

Het wereldvoedselprobleem is geen verdelingsprobleem maar een acuut geval van tekorten. Rond het jaar 1800 leefde in Europa 75% van de bevolking op het platteland. Door zorgvuldig om te gaan met de eigen mest probeerde men het verlies aan mineralen in de bodem tegen te gaan. De leefsituatie in die tijd was armoedig en werd gekenmerkt door een hoog percentage kindersterfte en een lage levensverwachting. Zo zag onze landbouw er uit in de tijd voordat we kunstmest gingen gebruiken. Het was het Afrika van nu. De arbeidsproductiviteit van onze huidige landbouw is heel hoog door alle inputs. Het stimuleren van manieren van landbouw die inputs als kunstmest uitsluit is onmenselijk en onduurzaam.

Welke wereld willen we voeden? Dat is de centrale vraag voor onze benadering van het wereldvoedselvraagstuk. De typering van de mens als consument is veel te eenzijdig! We hebben een andere zienswijze nodig. Het gaat er niet om hoe we de hongerige monden van deze wereld voeden met calorieën en vitamines. De vraag is hoe we willen leven. In de biologische landbouw worden twee van de vier beginselen al aardig ingevuld: gezondheid en ecologie. Aan de andere twee, zorg en billijkheid, moeten we nog veel aandacht besteden. Inmiddels heeft de biologische sector een marktaandeel van 2%. En worden we breed gewaardeerd, van FAO tot VN.

Zaadveredeling is een belangrijke manier om de benodigde productieverhoging van onze voedselproductie te bereiken. We kunnen met deze techniek onze gewassen verbeteren zodat er minder water en kunstmest nodig is voor de teelt. Dit is mogelijk via biologische landbouw, genetische modificatie en gangbare veredeling gecombineerd met DNA fingerprinting. Laatstgenoemde twee methoden hebben geleid tot aantoonbaar goede resultaten zoals opbrengstverhoging en ziekteresistentie. Ook zijn er goede mogelijkheden voor een combinatie van biologische landbouw en DNA fingerprinting. Dat we onze moderne technieken hard nodig hebben, blijkt wel uit de internationale onrust die vorig jaar uitbrak bij de hoge voedselprijzen. We kunnen ons het risico van te weinig of te duur voedsel niet veroorloven!

Uitkomst stellingen

  1. Biologisch brood moet een marginale markt blijven

    Eens - We kunnen ons beter richten op de verduurzaming van landbouw. Dit hoeft niet per sé biologisch te zijn. De wereld voeden met biologisch brood is niet haalbaar. We hebben simpelweg niet genoeg areaal vruchtbaar land om dat voor elkaar te krijgen.
    Oneens - De consument bepaalt. Als er een markt voor is dan is het prima.
    10% voor
    90% tegen
  2. Biologische landbouw moet meer technieken gebruiken uit de biotechnologie.

    Eens - Als je hiermee productie kan verhogen en ziekteresistentie kan bevorderen lijkt me dat prima. Bovendien is biotechnologie meer dan genetische modificatie. De kennis die in de biotechnologie is ontwikkeld, kan breed toegepast worden. Cisgenese zie ik op termijn passen binnen de biologische landbouw.
    Oneens - Biotechnologie verzwakt ons levend materiaal, dat moeten we niet willen. Ook moeten we de consument die geen GM in zijn product wil de zekerheid bieden dat dit er niet in zit.
    50% voor
    50% tegen
  3. Brood van de warme bakker is duurzamer dan fabrieksbrood.

    Eens - Met fabrieksbrood sponsor je de grote bedrijven van deze wereld. Door kleinschaligere systemen zoals de warme bakker te steunen, verdeel je de financiën beter over de maatschappij en werk je ook aan sociale duurzaamheid.
    Oneens - De broodfabriek kan duurzamer produceren omdat de energie per product lager is. Maar let wel: veel ambachtelijke bakkers zijn inmiddels een fabrieksbakker geworden
    10% voor
    90% tegen
  4. De genen van granen moeten het eigendom worden van de Verenigde Naties.

    Eens - Dit soort materiaal moet publiekelijk beschikbaar zijn. Het mag niet in handen vallen van marktpartijen die alleen op geld uit zijn.
    Oneens - De enige manier waarop een veredelaar kan innoveren en zijn kosten kan terugverdienen is door te patenteren. Genen zijn bovendien al publiekelijk beschikbaar via genenbanken.
    40% voor
    60% tegen
  5. Elke wereldburger heeft recht op hetzelfde eten als wij.

    Eens - Het is simpelweg niet juist om mensen in andere werelddelen anders te behandelen. Laten we wel met elkaar inzetten op voldoende goed en gezond eten.
    Oneens - We denken dat we recht hebben op ons huidige menu, maar we putten daarmee de aarde uit. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen en consuminderen.
    85% voor
    15% tegen
  6. Het graan voor het Nederlandse brood moet uit eigen land komen

    Eens - Het kost teveel CO2 om het hier naar toe te vervoeren en we hebben overproductie van graan in eigen land.
    Oneens - De consument bepaalt. Deze wil kwaliteit tegen een lage prijs. Wij kunnen in Nederland niet economisch rendabel graan telen. We moeten geografisch denken: wat kunnen we in Europa doen? De kwaliteit van Nederlands graan is slecht, terwijl graan uit Frankrijk en Denemarken van veel betere kwaliteit is.
    15% voor
    85% tegen