Ruimte voor burgers: kans of illusie?

21 maart 2007

Inspraak Nieuwe Stijl betrekt burgers actief op het moment dat er nog ruimte is in beleid. Hierdoor wordt de meedenkkracht van burgers beter benut. Uiteindelijk moet dit leiden tot snellere besluitvorming en een beter plan. Maar is dit wel zo? Tijdens het Maatschappelijk Café dat Schuttelaar & Partners samen met het Inspraakpunt organiseerde op woensdag 21 maart gingen beleidsmakers en projectleiders, politici, bestuurders en burgers hierover met elkaar in debat.

Hoogleraar Openbaar Bestuur Pieter Tops (Universiteit Tilburg) en projectleider Chris Stoffer (Rijkswaterstaat) zien veel kansen in Inspraak Nieuwe Stijl. Door burgers te betrekken als plannen nog niet vastliggen, boort de overheid waardevolle kennis aan. Bij de aanleg van een nieuwe weg leidt dit tot het meest optimale tracé. De formele inspraak regelt dan waar het voor bedoeld is: een finale toets om te achterhalen of belangen onredelijk geschaad worden. Zo worden burgers door de overheid serieus genomen. Want eigenlijk zijn burgers heel redelijke wezens; ze willen niet zozeer gelijk krijgen, maar wel duidelijkheid. Objectiviteit van de ambtenaar is een voorwaarde, want dat zorgt voor vertrouwen. Inspraak Nieuwe Stijl kiest een aanpak die past bij de impact, complexiteit en beleidsruimte van een project, maatwerk dus. In een aantal pilotprojecten verzamelt het Inspraakpunt de ervaringen met Inspraak Nieuwe Stijl.

Evelien Tonkens (Universiteit van Amsterdam) is niet overtuigd. Er zijn vijf hardnekkige problemen met het betrekken van burgers. Deze moeten dringend aangepakt worden. Zo laat slechts een beperkt deel van de burgers zich zien bij inspraak. Een actieve werving kan bijdragen aan een meer representatieve afvaardiging van burgers. Ook moeten burgers geschoold worden. Niet alleen om de deskundigheid te creëren waarmee zij zinvol mee kunnen praten met de specialisten van de overheid. Ook moet duidelijk zijn wanneer burgers hun eigen belang naar voren mogen brengen en wanneer het uitsluitend gaat over het algemene belang. Om het vertrouwen in inspraak en burgerparticipatie te vergroten, moet duidelijk zijn wat er met de inbreng van burgers gebeurt. Tot slot moet het efficiënter, anders wordt het betrekken van burgers een kosten- en tijdsverslindend circus. Als aan deze voorwaarden voldaan is, kan het betrekken van burgers veel effectiever zijn.

De praktijk blijft weerbarstig, volgens Bruno Bruins (waarnemend burgemeester Leidschendam-Voorburg). Te vaak worden beleidsmakers geconfronteerd met burgers met een dubbele agenda. Aan tafel met de beleidsmakers praten ze mee en zijn ze enthousiast over een voorstel. Maar later keren ze zich tegen het besluit waar ze zelf achter hebben gestaan. Met bezwaar- en beroepsprocedures worden de hakken in het zand gezet. Dat leidt tot veel vertraging.

Tijdens de discussie werd duidelijk dat veel aanwezigen de valkuilen van burgerparticipatie herkennen. Maar dat maakt Inspraak Nieuwe Stijl niet minder nodig. Of plannen altijd beter worden als burgers erbij betrokken worden, daar bleken de meningen over verdeeld. Ook was niet iedereen het eens met de oplossing om ambtenaren die burgers betrekken, individueel te belonen. En wat vraagt burgerparticipatie eigenlijk van onze volksvertegenwoordigers? Dat burgerparticipatie nog altijd volop in de belangstelling staat, is echter wel duidelijk. In de Maatschappelijk Café Krant die rond Pasen uitkomt, leest u alle ins en outs van de discussie.

Sprekers

Pieter Tops
Evelien Tonkens
Chris Stoffer
Alexander Pechtold

Pieter Tops is voorzitter van de Raad van Toezicht van het Inspraakpunt. "Mensen zijn best te mobiliseren voor inspraak", zo meent hij. Vandaar dat Tops zich als voorzitter van de werkgroep Inspraak heeft ingezet om het betrekken van burgers ten aanzien van ruimtelijk-economische ingrepen effectiever en bevredigender te maken. Inspraak Nieuwe Stijl is daarvan het resultaat.

Pieter Tops is werkzaam bij de Politieacademie, als lid van het College van Bestuur en is daarnaast hoogleraar bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Sinds 2005 is Evelien Tonkens (1961) bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder was zij als sociaal-wetenschappelijk onderzoeker werkzaam bij het Vrouwengezondheidscentrum Aletta Jacobs en bij het Nederlands Centrum voor Sociaal Beleid. Ook was zij projectleider bij het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). Van 2002 tot 2005 was Tonkens Tweede Kamerlid voor Groen Links. Als volksvertegenwoordiger hield zij zich vooral bezig met volksgezondheid, welzijn, emancipatie en bestuurlijke vernieuwing.

Tonkens bekleedt veel nevenfuncties. Zij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Sociale Sector en voorzitter van Stichting Tijdschrift voor Vrouwenstudies. In 2006 was zij adviseur van de Nationale Conventie.

Chris Stoffer (1974) is projectleider planvorming bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Momenteel ontfermt hij zich over het project de N18 tussen Varsseveld en Enschede. Daarvoor was hij projectleider planvorming over de N50 Rampol-Ens. Dit jaar start Stoffer met een nieuwe functie als clustermanager omgevingsmanagement. Tijdens het Maatschappelijk Café zal hij vertellen over zijn praktijkervaringen met burgerinspraak.

Stoffer studeerde civiele technologie & management aan de Universiteit Twente. Tijdens zijn studie begon hij als stagiair bij Rijkswaterstaat, Directie Limburg. In tien jaar groeide hij door tot projectleider. Chris Stoffer is lid van de gemeenteraad van Nunspeet en zit in het bestuur van Oranjehof, een zorg- en welzijnsinstelling voor ouderen.

Alexander Pechtold (1965) is fractievoorzitter van D66. Pechtold studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. Na zijn studie werkte hij als veilingmeester en later als adjunct-directeur bij Van Stockum Veilingen in Den Haag. Op 24-jarige leeftijd werd Pechtold lid van D66 en hij groeide uit tot gemeenteraadslid in Leiden. Hij vervult zijn politieke ambities pas echt fulltime als hij in 1997 in het Leidse College van B&W als wethouder plaatsneemt.

In oktober 2003 wordt Pechtold benoemd tot burgemeester van Wageningen. Binnen twee jaar volgt hij Thom de Graaf op als minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Nu D66 geen deel meer uitmaakt van de coalitie, vervult Pechtold met veel plezier de rol van oppositieleider.